dinsdag 14 juni 2011

Luchtleven

Ik kan denken tot aan de lucht
dat wil zeggen tot ongeveer een meter
of duizend boven de bomen.

Ik weet niet hoe hoog vliegtuigen
kunnen komen maar laten we zeggen
tot daar en de vogels meegeteld.

Ik kan dromen tot onder de bodem van
de zee door waterkaarten heen over
snotolven die leefden in de buik
van die zanderige waterkom.

Over muien die zuigen en laten verdwijnen
de schrik de storm van een vissersboot
die stomme vrouwen en mannen ook.

Ik bedenk tuin, winddieren en op welke
akker zij passen als wij slapen onder
onze warme huid.

In dorpen waar dagen rijgen, kinderen zich
vervelen en vrouwen mannen slaan tijdens
het stugge voortplanten op deze door god
verlaten grond.

(uit Detox, 2010)