zondag 9 december 2012

Demp. Dwarrel. Demp. Tot wit.

Kijk naar de sneeuw.
Voel sneeuw.
Vreet sneeuw.

Vul de jankende leegte tussen je organen
met sneeuw.
Koel de gloeiende kolen in je gekromde lijf
met sneeuw.

Roep sneeuw, elke keer als je zijn fantoomstappen
hoort, zijn wegstervende stem, sneeuw!

Plemp je brullend wolvinnenhart vol
met sneeuw.
Laat het zachtjes dwarreldempen
tot wit uitgestrekte vlaktes.

Vlaktes waar niets groeit.
Behalve ijsbloemen.
En vlokkenbergen.
In een strak damasten servet.

En daar dan staan.
Wit en koud en stil zijn.
Zijn lieve zachtwitte haargrens proberen te vergeten.
Alles vergeten.
Je moet.
Je moet.
Sneeuw worden.
Damast.