dinsdag 21 juli 2015

Vuurmakers (liefdesgedichten en tekeningen)

Vanaf 22 oktober verkrijgbaar: Vuurmakers, met liefdesgedichten van Johanna Geels en tekeningen van kunstenaar Kees van der Knaap.

Vuurmakers trekt de lezer onmiddellijk een eigenzinnige wereld binnen, die bol staat van extatisch genot, mystieke duddelgeesten en hitsige schikgodinnen. Lyriek die niet bang is over de top te gaan, en tegelijk plat en aards kan zijn.
Vuurmakers is ontstaan in een periode waarin de dichteres bezeten heen en weer reisde tussen een ineenstortende wereld vol dood en liefdesverdriet en een lang verborgen, ontluikende liefde. In haar meest eigen element, de taal, trotseert Geels niet alleen de aloude stormen, maar exploreert zij tevens een nieuwe vorm van overgave.
Niet voor niets vloeien de liefdesgedichten in Vuurmakers volledig samen met de donkere wereld, zoals die wordt gecreëerd door beeldend kunstenaar Kees van der Knaap. Als een bezwerende stem waadt de poëzie door een naamloze stad vol verval en onheilspellende taferelen op zoek naar het punt ‘waar ik ooit ophield en begon.’


woensdag 15 juli 2015

Kameraden scheermes

Rogi Wieg is dood. Hartstikke dood. Hij is een van mijn dichtershelden. 'Was' klinkt nu nog te belachelijk. Hij is het al minstens honderd jaar. En toen ik op een dag begreep dat hij manisch depressief was, helemaal, want dat ben ik ook. En al kan ik daar best goed mee leven, er zijn jaren geweest waarin ik zo psychotisch als een deur was. En het is gek, maar bipolairen onder elkaar, dat voelt toch een beetje als familie. Kameraden scheermes. Met zun allen himmelhoch jauchzend und zum tode betrübt. Het schept een band.
Wieg was (kijk, zo snel gaan die dingen) een grootgroot en nog es groot dichter. Die wérkelijk wat te zeggen had, Kom daar nog maar es om. Hij wist van de hoed en zijn vieze randjes, van het duister, en stuurde ons berichten uit dat duister zonder ooit pathetisch te worden. Want ondanks het gebruik van zware thema’s schmierde hij nooit, wat hij schreef was altijd volstrekt geloofwaardig en authentiek. Kom daar nog maar es om bis.
Een paar weken geleden las ik een gedicht van hem voor bij VPRO's Nooit meer slapen. Hoe toepasselijk, denk ik nu. Niet dat het een verrassing was, maar zoals dat gaat met de dood, hij staat met zijn handen in de zakken naast een bed, en wacht, net als iedereen. En net als je denkt dat ie daar altijd al stond, er nog wel een hele tijd zal staan, en je je een beetje durft te ontspannen, is ie inene foetsie. Met grijnzend medenemen van. Afijn. Bij deze het gedicht dat ik voorlas. Want daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Om het gedicht, niet om het gelul eromheen. Zulk soort dingen wist Wieg dus als geen ander hè.

Uit het boek van de beminnelijkheid, gedicht nr 1

Toen ik eindelijk huilde, barstte er
onweer los boven de stad, het
is bijna te gemakkelijk, zo’n beeld
maar het is gebeurd; veel was bijna
te gemakkelijk, maar gebeurde eveneens:
vrouwen, een soort liefde die ik voelde,
weggaan bij iemand, alle menselijkheid
vertrappen, snel en zonder al te veel
overwegingen, gedreven door iets dat valt
onder de psychiatrie , of onder de dierlijkheid
Ik brak het manke been van mijn vader,
nam hem het lopen af, brak het zieke hart
van mijn moeder, nam haar het kloppen af,
en wilde toen plotseling leven en niet meer
hangen aan een gekromde boom boven het water

maandag 6 juli 2015

Verrot scheef

Apeldoorn, H&M vrijdagmiddag. In het pashokje naast mij:
‘Ja, kijk maar niet, hoor, ik zie er dus niet uit.’
‘Ik dacht dat je het recht zou laten zetten?’
‘Mijn moeder zegt dat ik dan eerst 18 moet zijn.’
‘Jezus heej, dat duurt nog bijna twee jaar!’
‘Ja, psies, en al die tijd is het dus scheef.’
‘Pffff…echt wel erg.’
‘Ja, verrot erg gewoon.’
‘Lindsay heeft het ook.’
‘Lindsay??’
‘Ja, Lindsay.’
‘Die is echt ZO erg. Weet je wat ze gister zei, toen ze bij ons in de auto zat?’
‘Nee, wattan?’
‘Dat Dewi niet spoorde. En Melissa ook niet.’
‘Die spoort toch ook niet?’
‘Wie, Dewi?’
‘Nee, Melissa.’
‘Ja, maar Dewi wel.’
‘Lindsay is minder scheef dan ik hoor. En die gaat er volgende week al wat aan doen. Die moeder vind dat goed. Vet raar.’
‘Ja, vet raar.’
‘Ik zou die blauwe nemen. Dan lijk je slanker.’
‘Ik ben hartstikke dik in dat ding.’
‘Dan neem je toch die zwarte?’
‘Vind jij me dik in die blauwe dan…’
‘Dat zei ik toch niet muts, maar je moet jezelf er wel lekker in voelen. Ja toch?’
‘Wrgblrooe’
‘Wat doe je?’
‘Mun slipper zit vast. Kep van die kutknobbels op mun tenen. Joeri zegt dat alleen ouwe vrouwen dat hebben. Zoas me moeder, dus. En die heeft ze nog niet eens, en die is vet oud. Vijfenveertig of zoiets’
‘Joeri is gek.’
‘Eg wel.’
‘Ga jij nog zwemmen, morgen? Bij Bussloo?’
‘Mwa, kep geen bikini, alleen die van vorig jaar, en die kan echt niet meer.’
‘Haal je er nu toch eentje?’
‘Neeee, kweet nie eens wat voor een maat ik heb. Ben hartstikke aangekomen, na dat gedoe met Manolo, jeweetwel.’
‘Oja. Zie je hem nog wel es?’
‘Nee, tss, wat denk jij…, de klootzak. Kijk jongens zijn jongens, die zijn sowieso al dom van geboorte, maar dat meisjes elkaar d’r zo inluizen, snap jij dat nou?’
‘Kutsloeries.’
‘Nou ja, zo leuk was ie nou ook weer niet. Hij dee niks anders dan gamen, hejje ook niks an.’
‘Zit zij dur lekker mee.’
‘Dat zeg ik.’
‘Zullen we maar naar huis gaan, dan?’
‘Neem jij niks?’
‘Nee, kom, we gaan naar de supermarkt. Eten kopen voor vanavond, voor op de bult, jij gaat ook naar de bult toch?’
‘Ask mag van me moeder.’
‘Jezus, jij mag ook niks.’
‘Nee, verrot erg.’
‘Ja, eg wel.’

Als ik het deurtje van het pashokje naast mij open hoor gaan, kan ik het niet nalaten even te spieken. Twee prachtige kaarsrechte slanke meiden lopen giechelend de winkel uit.