dinsdag 21 juli 2015

Vuurmakers (liefdesgedichten en tekeningen)

Vanaf 22 oktober verkrijgbaar: Vuurmakers, met liefdesgedichten van Johanna Geels en tekeningen van kunstenaar Kees van der Knaap.

Vuurmakers trekt de lezer onmiddellijk een eigenzinnige wereld binnen, die bol staat van extatisch genot, mystieke duddelgeesten en hitsige schikgodinnen. Lyriek die niet bang is over de top te gaan, en tegelijk plat en aards kan zijn.
Vuurmakers is ontstaan in een periode waarin de dichteres bezeten heen en weer reisde tussen een ineenstortende wereld vol dood en liefdesverdriet en een lang verborgen, ontluikende liefde. In haar meest eigen element, de taal, trotseert Geels niet alleen de aloude stormen, maar exploreert zij tevens een nieuwe vorm van overgave.
Niet voor niets vloeien de liefdesgedichten in Vuurmakers volledig samen met de donkere wereld, zoals die wordt gecreëerd door beeldend kunstenaar Kees van der Knaap. Als een bezwerende stem waadt de poëzie door een naamloze stad vol verval en onheilspellende taferelen op zoek naar het punt ‘waar ik ooit ophield en begon.’


maandag 6 juli 2015

Verrot scheef

Apeldoorn, H&M vrijdagmiddag. In het pashokje naast mij:
‘Ja, kijk maar niet, hoor, ik zie er dus niet uit.’
‘Ik dacht dat je het recht zou laten zetten?’
‘Mijn moeder zegt dat ik dan eerst 18 moet zijn.’
‘Jezus heej, dat duurt nog bijna twee jaar!’
‘Ja, psies, en al die tijd is het dus scheef.’
‘Pffff…echt wel erg.’
‘Ja, verrot erg gewoon.’
‘Lindsay heeft het ook.’
‘Lindsay??’
‘Ja, Lindsay.’
‘Die is echt ZO erg. Weet je wat ze gister zei, toen ze bij ons in de auto zat?’
‘Nee, wattan?’
‘Dat Dewi niet spoorde. En Melissa ook niet.’
‘Die spoort toch ook niet?’
‘Wie, Dewi?’
‘Nee, Melissa.’
‘Ja, maar Dewi wel.’
‘Lindsay is minder scheef dan ik hoor. En die gaat er volgende week al wat aan doen. Die moeder vind dat goed. Vet raar.’
‘Ja, vet raar.’
‘Ik zou die blauwe nemen. Dan lijk je slanker.’
‘Ik ben hartstikke dik in dat ding.’
‘Dan neem je toch die zwarte?’
‘Vind jij me dik in die blauwe dan…’
‘Dat zei ik toch niet muts, maar je moet jezelf er wel lekker in voelen. Ja toch?’
‘Wrgblrooe’
‘Wat doe je?’
‘Mun slipper zit vast. Kep van die kutknobbels op mun tenen. Joeri zegt dat alleen ouwe vrouwen dat hebben. Zoas me moeder, dus. En die heeft ze nog niet eens, en die is vet oud. Vijfenveertig of zoiets’
‘Joeri is gek.’
‘Eg wel.’
‘Ga jij nog zwemmen, morgen? Bij Bussloo?’
‘Mwa, kep geen bikini, alleen die van vorig jaar, en die kan echt niet meer.’
‘Haal je er nu toch eentje?’
‘Neeee, kweet nie eens wat voor een maat ik heb. Ben hartstikke aangekomen, na dat gedoe met Manolo, jeweetwel.’
‘Oja. Zie je hem nog wel es?’
‘Nee, tss, wat denk jij…, de klootzak. Kijk jongens zijn jongens, die zijn sowieso al dom van geboorte, maar dat meisjes elkaar d’r zo inluizen, snap jij dat nou?’
‘Kutsloeries.’
‘Nou ja, zo leuk was ie nou ook weer niet. Hij dee niks anders dan gamen, hejje ook niks an.’
‘Zit zij dur lekker mee.’
‘Dat zeg ik.’
‘Zullen we maar naar huis gaan, dan?’
‘Neem jij niks?’
‘Nee, kom, we gaan naar de supermarkt. Eten kopen voor vanavond, voor op de bult, jij gaat ook naar de bult toch?’
‘Ask mag van me moeder.’
‘Jezus, jij mag ook niks.’
‘Nee, verrot erg.’
‘Ja, eg wel.’

Als ik het deurtje van het pashokje naast mij open hoor gaan, kan ik het niet nalaten even te spieken. Twee prachtige kaarsrechte slanke meiden lopen giechelend de winkel uit.