dinsdag 26 april 2016

Een gerede kans

Vannacht ontmoette ik in een droom een wat oudere vrouw die leek op een lerares die ik vroeger had. Ze stond op een brug die twee landen waar het altijd sneeuwde met elkaar verbond. Ze groette me minzaam en viel gelijk met de deur in huis. Haar fysiotherapeut, Rutger, had mijn columnboek Ongearticuleerd gorgelen gelezen maar er niet bijster veel aan gevonden. Hij moest wel een paar keer lachen maar dat was meer per ongeluk geweest, zoals je een oprisping kunt hebben wanneer je te snel gegeten hebt. 
‘Jammer,’ zei ik naar waarheid. ‘Misschien is het niet zijn genre?’
‘Rutger houdt van oorlogsboeken,’ antwoordde de vrouw beslist. Ze ging er vanzelf wat rechter door staan.
‘Hij kent alle oorlogen uit zijn hoofd.’
‘Zo,zo,’ zei ik bewonderend, ‘alle oorlogen. Toe maar.’
We hoorden een luide krak. Achter ons stond een huis op instorten. De vrouw boog zich naar me toe.
‘Dat huis is te redden, weet je,’ sprak ze geheimzinnig. ‘In het midden van de voorpui zit een  ingemetselde kies. Die kies heeft in het midden een zwart, rot gat. Dat gat staat in verbinding met alle landen ter wereld. Jij moet de kies uithakken, wachten tot de zon op het juiste punt staat, voor het huis gaan staan en wijzen. Strak wijzen, niet van dat slappe. Als het goed is richt de zon haar stralen dan via jouw vinger dat zwarte gat in.’
Okay,’ antwoordde ik, ‘ik zal erover denken. Wat gebeurt er eigenlijk als ik dat doe?’
‘Dan is er een kans,’ zei de vrouw terwijl ze aanstalten maakte om weg te lopen. ‘Een gerede kans.’ 

woensdag 20 april 2016

Herman Koch: ‘De Nederlandse literatuur is een Blanke Man’

Helaas, ook dit jaar laten vrouwelijke schrijvers het massaal afweten bij het schrijven van het Boekenweekgeschenk. Ondanks het feit dat Nederland barst van het vrouwelijk literair talent en de meeste lezers vrouw zijn, was er ook dit jaar (weer) geen enkele dame voor het klusje te porren. Slechts twee auteurs wisten er in de afgelopen 16 jaar tijd voor vrij te maken: Anna Enquist (2002) en Esther Gerritsen (2016). Ik besluit Herman Koch, schrijver van het Boekenweekgeschenk 2017, op te bellen en te vragen wat hij hier van vindt.

Kutklusje
‘Ik vind het een slechte zaak,’ antwoordt een duidelijk diep teleurgestelde Herman Koch. ‘Nu moet IK dat kutklusje weer opknappen, terwijl schrijfsters als Mensje van Keulen bijvoorbeeld, Margriet de Moor of Vonne van der Meer ook een grote staat van dienst hebben. Zij zouden, net als al die andere talentvolle vrouwelijke schrijvers wel eens wat meer verantwoordelijkheid mogen nemen. Ze tonen geen karakter, weet je. Je ziet het ook in het zakenleven of de politiek, waar vrouwen het altijd overlaten aan de Blanke Man. Ik weet niet wat het is met die wijven. Waar zijn ze dan zo druk mee, vraag ik me af. Kinderen? Koken? Mannen? Dakpannen beschilderen? Lekker makkelijk weer hoor, dames.’

Maar 29.000 woorden
‘En er zijn talentvolle vrouwen genoeg,’ buldert Koch verder, ‘daar ligt het niet aan. Ze drukken zich gewoon. Elk jaar weer. Wat ik maar zeggen wil: Nelleke Noordervliet, Helga Ruebsamen, Pauline Slot, Hanna Bervoets, Jannah Loontjens, Judith Koelemeijer, Susan Smit, Charlotte Mutsaers, Connie Palmen, Astrid Roemer, Vonne van der Meer, Franca Treur, Carolijn Visser, Frida Vogels, Sanneke van Hassel, Rosita Steenbeek, Maartje Wortel, Marie Kessels, Margriet de Moor, Wanda Reisel, Marja Pruis, Marente de Moor, Annelies Verbeke, Jessica Durlacher, Marion Bloem, Fleur Bourgonje, Paulien Cornelisse, Mensje van Keulen, Annejet van der Zijl, Joke van Leeuwen, Marieke Groen, Manon Uphoff, Elsbeth Etty, Joke Hermsen, Lieve Joris, etc, etc, wees volgend jaar nou eens een beetje sportief en zeg gewoon “ja” als ze je vragen. Het zijn maar 29.000 woorden, godbetert. Bij uitstek een vrouwenafstand. Het klinkt ook wijverig hé, "novélle". Dus, huppakee. Aan de slag. Zo moeilijk is het allemaal niet.’