maandag 30 mei 2016

The sleep of reason


Ondertussen in de Gruyterfabriek in Den Bosch, nog tot 11 juni te zien: 


The sleep of reason, een tentoonstelling met werk van Barend van Hoek, Maarten de Man, Tobias Schalken en Kees van der Knaap. Op zaterdag 4 juni, tijdens het Kunst en Designweekend is de (ietwat verlate) opening, met een borrel, e.d. Uiteraard is u allen welkom.




vrijdag 13 mei 2016

Oude gekken, rode lippenstift

Omdat ik over anderhalf uur een afspraak in Amsterdam heb, stap ik gehaast bij een winkelcentrum (in Apeldoorn) uit mijn auto en snelwandel naar de supermarkt. Naast mij stopt een auto. Ik registreer dit niet bewust. Hier is ook geen reden toe, het is een parkeerplaats. Daar parkeren auto’s. Stappen mensen uit. Vrouwen, mannen, kinderen, honden. Na een meter of twee hoor ik een man achter mij keihard ‘vuile trut’ roepen. Ik draai mij verbaasd om. De man die naast mij parkeerde is uitgestapt, kijkt mij recht aan, en herhaalt dat ik een trut ben. ‘Wát zegt u?’ roep ik verontwaardigd. ‘Ja, u hoorde mij wel,’ bitst de (overigens keurig uitziende) man van een jaar of zestig mij toe. Ik antwoord dat ik niet begrijp waarom hij mij trut noemt, en dat ik daar niet van gediend ben. Maar afijn, het is warm, ik heb nog steeds haast, en loop snel door naar de supermarkt. Bij het afrekenen merk ik dat mijn handen trillen. De caissière knikt me vriendelijk toe, maar kan niet goedmaken wat er net is gebeurd. Al die onverwachte agressie richting mij, op zo’n mooie morgen, ik vind het wat.

Op de terugweg kom ik de man weer tegen. Hij duwt moeizaam een kar richting de supermarkt. Er staat een leeg krat bier in. Ik loop naar hem toe en vraag zo stemvast mogelijk waarom hij mij een trut noemde. Hij probeert stoer te kijken, wat hem niet makkelijk afgaat, hij had duidelijk niet verwacht dat ik de confrontatie zou zoeken. Zijn inmiddels rood aangelopen hoofd wordt nog roder. Met een ballerig accent en brede gebaren legt hij omstandig uit waarom hij mij uitschold. Hij had namelijk gevraagd ‘of het ging’. ‘Of het ging?’ herhaal ik verbaasd. ‘Ja, het uitstappen.’ En ik had niet geluisterd. Sterker, ik was gewoon weggelopen. En hij wist ook waarom. ‘O ja,’ vraag ik geamuseerd, ‘en waarom dan wel?’ ‘Omdat u zo’n feministe bent, die niet met mannen wil praten. Met uw rode lippenstift.’ Hij wordt steeds bozer, je ziet dat hij zichzelf aan het opladen is. Zijn woede over vrouwen, ex-vrouwen, zijn moeder, rode lippenstift, hij moet het allemaal kwijt. Bij mij, om precies te zijn, de vijand zelf, die met felrode lippenstift in levende lijve voor hem staat. Stomverbaasd luister ik naar zijn verhaal. Mijn geduld is verdwenen en geagiteerd leg ik hem uit dat hij mensen zo niet kan behandelen, en dat ik er erg van geschrokken ben. Dat ik hem niet had gehoord, bij het uitstappen, omdat ik haast had, en in gedachten was. De man wuift dit schamper lachend weg, niks haast, niks geen gedachten. Ik wílde hem niet horen. Omdat ik een stomme feminist ben. Met mijn arrogante kop. Punt uit. ‘Vrouwen zoals u, willen niets van mannen weten,’ roept hij brallerig. Ik antwoordt dat áls dit al zo is, dat dit komt door mannen zoals hij. Met hun machtsvertoon, hun mannetjesgedrag. Ik merk dat mijn stem luider wordt en mijn benen trillen nu ook. ‘Zie je wel,’ roept het mannetje verheugd, ‘wat ik zei, een stomme feminist, dát bent u, zoals al die vrouwen tegenwoordig.’

Dan wordt het me teveel. Boos stamp ik het winkelcentrum uit, onderwijl roepende dat ie een ouwe gek is, met zijn lulpraat. Achter me hoor ik hem mopperen. Dat die vrouwen van nu geen fatsoen meer hebben. 

dinsdag 10 mei 2016

Aan alle Henken van Nederland

Midden in de nacht, nét als mijn ogen eindelijk willen dichtvallen, ploinkt mijn mobiel. Weer. Facebook Messenger. Ene Henk. Henk stuurt mij een foto waarop hij in een fabrieksachtige ruimte staat. Hij draagt slechts een lang wit plastic schort en een zonnebril. In zijn hand een gele opgerolde tuinslang. 'hey Johanna, heb je nog iets leuks meegemaakt' staat ernaast geschreven. Voor de duidelijkheid: ik ken geen Henk.
Verbijsterd staar ik naar mijn mobiel. Het schort, de zonnebril en de tuinslang zijn eigenlijk te groot voor Henk. Hij verzuipt erin. Daarnaast heeft hij behoorlijke flaporen. Ik vermoed dat die ervoor zorgen dat Henk niet omvalt. Iets met natuurlijk evenwicht.

Slapen lukt niet meer. Al die schriele wanhoop in slechts een schort. Het komt hard binnen. Terwijl ik toch best wat kan hebben. Ergens in mijn hoofd wordt een ophaalbrug omhoog getakeld. Ik wil dit niet zien. Ik wil niet dat mannen mij dit soort ellende sturen terwijl ik onschuldig in mijn fijne bedje lig, en denk aan de leuke moederdag die ik afgelopen weekend had. Of aan hoofdstuk 8 van mijn boek, waar ik morgenvroeg vers aan ga beginnen.Misschien denkt Henk een goddelijk lichaam te hebben. Ziet hij niet dat hij, met die witte spillepootjes onder dat plastieken schort, meer op een sneue versie van Walter White of op een kampbeul lijkt. Waarom doen mannen dit? Vrouwen sturen nooit zulke rare dingen, op een handjevol koekwausen na. Denken die Henken nou echt dat ik midden in de nacht aan een blote man in een schort met een zonnebril op zijn hoofd en een tuinslang in zijn hand leuk ga vertellen wat ik allemaal heb gedaan de afgelopen week? Dus bij deze, voor alle Henken van Nederland: Tieft op! Houd op met ploinken! Ga je moeder midden in de nacht liggen ploinken! Je zus! Maar laat mij met rust!  


dinsdag 3 mei 2016

De bikiniman

Mijn dochter en ik zitten op een bankje voor het station te wachten op mijn zoon, die elk moment met de trein kan aankomen. Het zonnetje schijnt op onze koude lentehoofden, we babbelen wat, eten een broodje, en ik constateer tevreden dat als het leven mij af en toe van dit soort dagen toeschuift, ik het best te pruimen vind.
Dan mijn mobiel. FB Messenger. Ploink: Heb je je bikini al aan? Ploink: Mooi bikiniweer, vind je niet? Ploink: Wat ik zeg, bikiniweer. Ploink: Heb je hem al aan, ja, je bikini? Ploink: In de tuin? Ploink: Of heb je geen tuin. Ploink: Zit je met je bikini op je balkon? Ploink: Mooi toch. Ploink: Bikiniweer. Ik bekijk de afzender. Een oudere man met een woest wanhopige blik staart van onderen af geselfied in de camera. Ondertussen ploinkt hij lekker door. Over bikini’s. Nooit las ik het woord bikini zo vaak achter elkaar. Ik zie mijn vintage badpak met stippen voor me. Want ik heb niet eens een bikini. En na twee bevallingen, buikoperaties en een fiks myoom in mijn buik die over drie weken door dr Braat -geen grapje- in het UMC wordt weggebrand, gaat die er ook niet komen. Ploink: Is ie rood? Je bikini? Ploink: Of zwart. Ook mooi. Lekker weer hè? Ploink: Toch? Niet dan?

‘Je kunt mensen ook blokkeren hè,’ zegt de dochter. Ja, maar hoe. Thuis op de laptop lukt dat wel, maar hier met mijn mobiel in de zon snap ik er geen hout van. Ploink: Ben je al bruin? Ploink: In je bikini? Ik krijg moordneigingen. Alle wanhopige mannen met selfies van onderen af gemaakt moeten dood. Dan weer een ploink. Ik moet wat terugzeggen. Iets gemeens. Dat de wanhopige man nog wanhopiger wordt en hard huilend de FB berichtenbox verlaat. Met zijn kutbikini’s. Ik besluit de chat alvast te openen, dan komen de woorden vanzelf wel. Tegelijkertijd zie ik het vrolijke hoofd van mijn zoon oppoppen. Hij heeft een omgekeerde doos op zijn hoofd. ‘Ik ben er bijna,’ schrijft hij. 

De dochter naast me vraagt of ik een shaggie wil draaien. En of ik van de zomer een paar dagen mee wil naar Berlijn. Ik antwoord dat mij dit geweldig lijkt. In de auto vertelt zoon de overeenkomsten tussen Kierkegaard en The Matrix. En dat als je Kierkegaard goed leest, het helemaal niet zo deprimerend is. Misschien geldt dat ook voor de bikiniman. Is hij in werkelijkheid helemaal geen wanhopige man met onderkinselfies. Speelt hij er één. Stuurt hij die bikinishit gewoon vanuit zijn luie stoel bij een zwembad in Ventimiglia, terwijl zijn vrouw met een knijper op haar neus baantjes trekt. De bikiniman zwijgt. Misschien heeft zijn vrouw haar knijper eraf gezwommen, loopt al het water haar longen binnen en moet hij haar reanimeren. Heeft hij hulp nodig. Bikiniman, tik ik, bikiniman, heb je hulp nodig? Maar het blijft stil.